Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Protest is een belangrijk middel, vaak zelfs de laatste strohalm, om je als burger te laten horen. We zien dit bij de protesten in de VS, in Hong Kong, maar ook dichterbij huis. Maar hoe wordt er naar protest geluisterd? Dit gaat Nanke Verloo onderzoeken, specifiek in Amsterdam.

mensen die protesteren met spandoeken en borden

Vanaf september dit jaar zal Nanke Verloo, stedelijke planoloog aan de Universiteit van Amsterdam, vijf maanden lang onderzoek doen naar burgerschap in Amsterdam. Ze gaat hierbij naar een specifieke vorm van burgerparticipatie in besluitvormingsprocessen kijken, namelijk die van protest. ‘Meestal wordt protest niet als een vorm van burgerparticipatie gezien, terwijl het dat in mijn visie wel is. Met protest toon je juist je politieke betrokkenheid’, stelt Verloo.

Maar hoe wordt er naar protest geluisterd en hoe beïnvloedt protest beleid? Daar gaat Verloo naar op zoek.

De betekenis van burgerschap breder trekken

Het onderzoek draait om burgerschap, maar wat verstaan we daaronder? Je kunt burgerschap verschillend uitleggen. 'Juridisch betekent het eigenlijk niets meer dan dat je staatsburger bent van een bepaald land, waarmee je als burger van dat land toegang tot een set van rechten en plichten krijgt’, legt Verloo uit. 'In Nederland zijn dat bijvoorbeeld het recht tot onderwijs en sociale zekerheid, en de plicht je aan de wet houden. De sociale en politieke uitleg van burgerschap gaat over de mate waarin burgers actief meedoen in de samenleving, burgers die bijvoorbeeld voor elkaar zorgen of het vermogen van burgers zichzelf te sturen.'

'Stemmen is een vorm van politiek burgerschap, maar ook participeren in besluitvormingsprocessen. "Goed" politiek burgerschap wordt in mijn ogen nog te nauw gedefinieerd', vertelt Verloo verder. 'Het focust op inspraak of brieven sturen. Ik wil de betekenis van politiek burgerschap daarom nog wat breder trekken, want met protesteren tegen beleid toon je ook politiek engagement. Maar hoe kan de gemeente die vorm van protest even serieus nemen als inspraak?’

Inspraak versus protest

De Gemeente Amsterdam organiseert al veel op het gebied van inspraak, en dit is allang niet meer de avond in een bedompt zaaltje waar een aantal sprekers aan het woord komen en burgers kunnen reageren. Maar zelfs binnen de nieuwe interactieve en creatieve vormen van inspraak, zullen niet alle bewoners zich thuis en gehoord voelen. ‘Het participatieproces blijft toch beperkt, met een bepaald repertoire, en nog erg formeel’, meent Verloo. ‘Hoe krijg je daar alle bewoners met alle diverse achtergronden in mee? Veel burgers kunnen zich niet vinden in de voorgestelde vorm van inspraak, of weten niet hoe hier gebruik van te maken, en dan blijft protest als optie over.’

Copyright: Rechtenvrij
Protest is vaak de laatste strohalm Nanke Verloo

‘Maar bedenk dat protest bijna nooit het eerste is wat je gaat doen om je te laten horen. Het is vaak de laatste strohalm om je stem gehoord te krijgen. Het heeft zich opgebouwd. Net zoals met de antiracisme protesten nu, is er te lang niet goed naar deze groepen geluisterd, de protesten zijn er niet zomaar opeens en zijn ook niet nieuw. Dat is belangrijk te beseffen, de geschiedenis die erachter zit.’

De ruimtelijke dimensie in protest

In die geschiedenis achter protest speelt de ruimtelijke dimensie een belangrijke rol, een focus ook in het onderzoek van Verloo. ‘Natuurlijk is er veel verschil tussen lokale protesten in Amsterdam die ik ga onderzoeken en de massale protesten tegen racisme. Maar toch zie ik ook een duidelijke overeenkomst, namelijk de ruimtelijke dimensie in het proces van uitsluiting. In de VS zie je dat ruimtelijk beleid en regels, tot diep in de jaren 70, tot een sterke segregatie hebben geleid en zowel gebieden als groepen van veel kansen hebben beroofd en sterk heeft gestigmatiseerd.’

‘Ook in Amsterdam zien we dat deze ruimtelijke dimensie van ongelijkheid een rol speelt. Door wijken waar groepen minder kansen hebben, gentrificatie dat groepen bewoners uit bepaalde wijken duwt, en de publieke ruimte die op een bepaalde manier is ingericht. Kijk bijvoorbeeld naar de namen die aan straten en pleinen worden gegeven. Als daar de namen van Nederlanders tussen staan die rijk zijn geworden door de slavenhandel, ga je voorbij aan de geschiedenis van een grote groep burgers met uitsluiting tot gevolg. Die sociale en ruimtelijk vormen van uitsluiting liggen aan de basis van het antiracisme protest, maar spelen vaak ook een rol in lokaal protest. Groepen protesteren omdat zij uitgesloten worden, niet gehoord, en stelselmatig anders behandeld.’

Van protest naar beleid

Verloo zal met ambtenaren en wethouders meelopen tijdens inspraakavonden, op straat, tijdens demonstraties. Hoe verloopt de interactie? Hoe praten ze erover tijdens de koffie, weer terug op de werkvloer? Hoe verloopt het proces van inspraak en protest naar het opstellen van beleid?

Maar ze wil niet alleen maar bekijken hoe de gemeente het beter kan doen. Ook zal ze de ervaringen in kaart brengen van de burgers die protesteren. Op basis van deze lessen gaat ze een manifest opstellen voor effectief protest. Wat werkt wel, en wat niet? ‘Zo’n manifest is belangrijk want dit zijn juist groepen die vaak in eerste instantie informeel en adhoc ontstaan, natuurlijk kunnen zij veel informatie verzamelen via (sociale) media, maar ik hoop dat dit manifest wat nuttige ervaringen en tactieken op een rijtje zet voor effectief protest wat daadwerkelijk invloed heeft op beleid.’

Urban Citizen Fellow

Verloo gaat dit onderzoek uitvoeren binnen het Urban Citizen Fellow programma waarvoor ze door de Gemeente Amsterdam en NIAS KNAW werd geselecteerd. Met dit programma hoopt de Gemeente Amsterdam in samenwerking met NIAS KNAW een bijdrage te leveren aan een meer inclusieve stad, waar alle bewoners aan het woord kunnen komen.

mw. dr. N. (Nanke) Verloo

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Urban Planning